“Jongeren zijn klaar voor een veiligheidsberoep, nu moet het onderwijs volgen”
PERSBERICHT
Kjell Vander Elst (Anders.) wil verdubbeling opleiding Defensie en Veiligheid tegen 2030: “Jongeren zijn klaar voor een veiligheidsberoep, nu moet het onderwijs volgen”
Kamerlid Kjell Vander Elst (Anders.) pleit voor een structurele en ambitieuze uitbreiding van de opleiding Defensie en Veiligheid in het middelbaar onderwijs. Tegen 2030 moet het aanbod minstens verdubbelen, zodat jongeren in heel Vlaanderen en België gelijke kansen krijgen om zich voor te bereiden op een carrière bij Defensie, politie of civiele veiligheid.
“De interesse bij jongeren is er, en ze is groter dan ooit,” zegt Vander Elst. “Jongeren liggen wakker van veiligheid. Van hun eigen veiligheid, die van ons land én die van Europa. De geopolitieke realiteit speelt daarin onmiskenbaar een rol.”
Interesse stijgt, maar het aanbod blijft achter
Die groeiende interesse vertaalt zich duidelijk in cijfers. Zowel kortlopende opleidingen en stages — zoals de marinekadetten of schoolstages — als het vrijwillig militair dienstjaar kennen een sterke toename. Dat laatste bleek de voorbije jaren bijzonder populair bij 18-jarigen. “Dit zijn geen toevallige pieken,” benadrukt Vander Elst. “Dit zijn structurele signalen. Jongeren willen zich engageren, willen verantwoordelijkheid opnemen en zien een veiligheidsberoep steeds vaker als een volwaardig carrièrepad.”
Toch blijft het huidige opleidingsaanbod in het secundair onderwijs ver achter. Vandaag telt Vlaanderen slechts 16 scholen die de opleiding Defensie en Veiligheid aanbieden. De geografische spreiding is daarbij bijzonder onevenwichtig.
“Zes van die zestien scholen liggen in Antwerpen,” zegt Vander Elst. “Andere provincies moeten het stellen met één of twee opleidingen. Dat is niet alleen inefficiënt, het is ronduit onrechtvaardig.”
Structureel verankeren in het onderwijs
Volgens Anders. volstaan eenmalige stages of kennismakingsprogramma’s niet. Als veiligheid een volwaardig job- en carrièretraject moet zijn, dan moet het aanbod al vanop school aanwezig zijn. “Als we willen dat jongeren Defensie en veiligheid zien als een realistische toekomst, dan moeten we dat perspectief ook structureel aanbieden in het middelbaar onderwijs.”
Daarbij ligt ook een duidelijke verantwoordelijkheid bij Defensie en Binnenlandse Zaken. Vandaag wordt al 35% van de contacturen binnen de opleiding ingevuld door Defensie. “Dan moeten Defensie en Binnenlandse Zaken ook mee de lead nemen,” zegt Vander Elst. “Samen met de onderwijsministers moeten zij ervoor zorgen dat er voldoende instructeurs en middelen zijn om het aanbod tegen 2030 minstens te verdubbelen.”
Heel wat centrumsteden blijven een blinde vlek
Ondanks de duidelijke maatschappelijke nood blijven grote delen van Vlaanderen vandaag verstoken van een opleidingsaanbod. Van de dertien Vlaamse centrumsteden blijven er zes volledig achter: Aalst, Brugge, Hasselt, Kortrijk, Leuven en Oostende. De situatie is het meest problematisch in Oost-Vlaams-Brabant, waar vandaag geen enkel aanbod van de opleiding Defensie en Veiligheid bestaat.
“Jongeren uit Vlaams-Brabant die interesse tonen, moeten vaak 30 tot 50 kilometer reizen en zelfs de Brusselse ring oversteken om in Vilvoorde les te kunnen volgen. Dat is niet houdbaar en moet anders,” zegt Vander Elst. “We vragen engagement van jongeren, maar maken het hen tegelijk onnodig moeilijk. Centrumsteden zouden net voortrekkers moeten zijn in dit soort opleidingen. Vandaag zijn ze in te veel gevallen blinde vlekken.”
Leuven als logische prioriteit
Volgens Anders. moet de uitbreiding van het opleidingsaanbod prioritair focussen op centrumsteden, en in het bijzonder op regio’s waar vandaag helemaal geen aanbod bestaat.
“Als provinciehoofdstad is Leuven de logische keuze. Daar kunnen we snel een opleiding Defensie en Veiligheid opstarten en zo ook de regio Oost-Vlaams-Brabant eindelijk een aanbod geven. Jongeren mogen niet verplicht worden om halve provincies te doorkruisen om hun toekomst uit te bouwen. Wat ons betreft kan dat perfect vanaf het volgende schooljaar. De vraag is er. De motivatie is er. Nu is het aan de verschillende overheden in ons land om te volgen, besluit Vander Elst.