Mijn visie op de Militaire Programmeringswet  | OpenVLD

Logo De juiste koers voor Vlaams-Brabant De juiste koers voor Vlaams-Brabant

Mijn visie op de Militaire Programmeringswet 

De Militaire Programmeringswet 2026-2034 is – samen met de strategische visie – het belangrijkste Defensie-document van deze legislatuur. De wet heeft weliswaar geen juridische waarde, maar bepaalt wél duidelijke politieke intenties voor de toekomst en brengt belangrijke budgettaire keuzes met zich mee. Daarom verdient ze een uitvoerig parlementair debat. Hoewel de strategische visie van Defensie al eerder werd toegelicht — onder meer door de Chef Defensie — blijven heel wat politieke vragen bestaan. Het is mijn taak die vragen scherp te stellen en hierover met de Minister in debat te gaan.  

Waar we vooruitgang zien 

De wet bevat een aantal logische en noodzakelijke keuzes die ik ten volle ondersteun. Het aanvullen van munitievoorraden, het versterken van onze capaciteiten en het moderniseren van de organisatie zijn evidente, maar belangrijke stappen. Defensie moet opnieuw de 21ste eeuw worden binnengeloodst. Dat de huidige regering voortbouwt op beslissingen van vorige legislaturen, is essentieel om de noodzakelijke inhaalbeweging waar te maken. Dat is absoluut nodig gezien de veiligheidsrisico’s en de onzekerheid waarin we vandaag leven. 

De geopolitieke situatie verplicht ons om sneller te schakelen. Veiligheid wacht niet. Het is positief dat dit wettelijk kader nu voorligt en dat we niet langer achter de feiten aanlopen. Ook het jaarlijkse rapporteringsmechanisme richting Parlement juich ik toe: transparantie over de uitvoering is een fundamentele democratische reflex. 

De financiële keuzes: realistisch of een val voor de volgende regering? 

Het investeringspakket van bijna 34 miljard euro moet ons in staat stellen om de NAVO-norm te halen, maar tegelijk rijzen daar heel wat vragen over. Waarom houden we tot 2033 vast aan 2% van het bbp, om vervolgens in twee jaar tijd nog eens 1,5% toe te voegen? Is dat realistisch? En vooral: leggen we hiermee geen disproportionele last op een volgende regering? De inhaalbeweging richting het halen van de 2% NAVO-norm is uiteraard een stevige financiële uitdaging die toe te juichen valt. Maar deze regering kan niet enerzijds op de borst kloppen dat ze – eindelijk! – de NAVO-norm haalt, om daarna de nieuwe NAVO-norm (3,5% Militaire uitgaven) grotendeels naast zich neer te leggen. Men schuift hier de factuur door naar volgende regering en vooral naar de volgende generaties.  

Capacitaire ontwikkelingen: fregatten, F-35’s en de toekomst 

ASWF-fregatten voor de Marine 

De aankoop van een derde fregat is een goede zaak. Onze Marine is een belangrijke macht, niet in het minst voor de bescherming en beveiliging van onze Noordzee en onze havens. Er bereiken ons signalen dat er problemen zijn met de productie van de twee eerder bestelde Belgische fregatten bij het bedrijf Damen Shipyards Group, waardoor de levertermijnen ook vertragingen zullen oplopen. Als het ASWF-project vertraging oploopt, heeft dat mogelijks directe gevolgen voor de geplande aankoop van een derde fregat. Hoe worden inflatie, prijsstijgingen en nieuwe levertermijnen in rekening gebracht? Allemaal moeilijk te voorspellen evoluties, maar dit zal ongetwijfeld voor vertragingen en hogere facturen leiden.  

Aankoop F-35: een noodzakelijke maar complexe transitie 

Tussen het uitfaseren van de F-16 en de volledige operationele inzet van de F-35 gaapt een kloof van drie jaar. Dreigt een capaciteitsprobleem? Wanneer worden de 11 bijkomende toestellen operationeel, en kan de levering versneld worden? En vooral — wat volgt na de F-35? Het SCAF-programma lijkt onder druk te staan; welke alternatieven onderzoekt België? 

De antwoorden van de minister hierover zijn niet rooskleurig te noemen. We zullen een periode moeten overbruggen met weinig gevechtsvliegtuigen. Problematisch. En het is dus zeer belangrijk dat deze periode zo kort mogelijk is. Dit dossier zal ik met argusogen blijven opvolgen.  

Binnenlandse veiligheid: Defensie is geen politie 

In de strategische visie duikt opnieuw de rol van Defensie op in de binnenlandse veiligheid, vooral in het kader van de drugsgerelateerde criminaliteit. Toch ontbreekt een expliciete verwijzing naar de groeiende dronedreiging. Mijn zorg is duidelijk: Defensie mag niet gereduceerd worden tot een goedkope bewakingsdienst op straat. Ordehandhaving is en blijft een politietaak. Slechts in uitzonderlijke omstandigheden kan Defensie ondersteuning bieden. Dat defensie hiervoor wordt ingezet als goedkope bewakingsagent is een slechte keuze en een verkeerd signaal naar iedereen die bij Defensie aan de slag wil.  

Voor complexe bedreigingen — hybride oorlogvoering en drones — zijn gespecialiseerde teams nodig én substantiële investeringen. Net daar ligt de expertise bij Defensie, niet bij Binnenlandse Zaken. Daarom is het cruciaal dat de rules of engagement tussen politie en leger duidelijk worden vastgelegd, mogelijk in de nieuwe defensiecodex of via NASC 2.0. 

Ook de inzet van militairen in de straten, zoals al rond de kerncentrales, vraagt een duidelijk juridisch kader. Wanneer militairen vandaag mogen ingrijpen, is allerminst duidelijk. Wat is de stand van zaken van de territoriale reserve en het nieuwe wettelijke kader waarin de minister voorziet? 

Personeel: ambitie, maar ook realiteitszin 

De minister wil tegen 2034 meer dan 55.000 extra mensen rekruteren. Dat is een enorme uitdaging. Waar staan we vandaag? En zijn onze selectiecriteria wel aangepast aan de realiteit van de 21ste eeuw? 

Het voorbeeld van een burgerlijk ingenieur die werd afgekeurd wegens een oude bypassoperatie illustreert de absurditeit van sommige medische voorwaarden, zeker voor schaarse technische STEM-profielen. Die criteria moeten dringend worden geactualiseerd. Ook dat hoort thuis in de defensiecodex. 

Daarnaast is het fout dat deelnemers aan het vrijwillig militair dienstjaar automatisch worden meegerekend in de rekruteringscijfers. Niet iedereen stroomt immers door naar het actieve kader of de reserve. De cijfers moeten correct en transparant zijn. 

De territoriale reserve: maar waarvoor precies? 

Het concept heeft potentieel, maar de finaliteit is onduidelijk. Wordt het een ondersteunende eenheid voor statische bewaking — wat ook door andere veiligheidsprofielen kan worden ingevuld — of een defensieve structuur die echte militaire opleiding vergt? Die duidelijkheid is cruciaal voor een geloofwaardig personeelsbeleid. 

Industrie, innovatie en economische return 

Tot slot heb ik ook gewezen op het belang van een sterk Belgisch defensie-ecosysteem. Investeringen in Defensie zijn geen loutere uitgaven; ze creëren economische activiteit, jobs en welvaart. De programma’s uit 2016 hebben al 2 miljard euro opgeleverd voor onze economie. Met sites zoals DronePort beschikken we over unieke expertise en groeipotentieel. Daarom moeten we de DIRS versterken en inzetten op technologie en innovatie. De vraag aan de minister is duidelijk: 

Welke economische return mag België verwachten van de komende investeringen van 34 miljard euro, en hoe wordt dit geanalyseerd en gecommuniceerd naar de bevolking? 

Conclusie 

De Militaire Programmeringswet 2026-2034 bevat zonder twijfel heel wat sterke elementen. De richting die het document uitgaat — modernisering, capaciteitsopbouw, technologische innovatie en een structurele versterking van onze defensie — is op veel vlakken de juiste. De nood aan een ambitieus, toekomstgericht en transparant defensiebeleid is vandaag groter dan ooit, en deze wet zet daarvoor enkele belangrijke bakens uit. 

Toch blijven er keuzes staan waar wij als liberalen niet achter kunnen staan. De rol van Defensie in het binnenland, met name militairen op straat inzetten als goedkope bewakingsagenten, blijft voor ons een fundamenteel probleem

Daarnaast is de structurele verankering van het defensiebudget nog steeds onvoldoende verzekerd. Een geloofwaardig veiligheids- en investeringsbeleid kan niet gebaseerd blijven op tijdelijke afspraken of kwetsbare begrotingsmechanismen. Enkel met een duurzaam, politiek breed gedragen kader kunnen we stabiliteit, betrouwbaarheid en strategische planning garanderen. 

Om die redenen — ondanks de positieve stappen en de algemene goede richting van het document — heb ik mij bij de stemming over dit ontwerp onthouden. Het is een evenwichtige houding: waardering voor wat goed is, maar ook duidelijkheid over de punten waar nog belangrijke verbeteringen nodig zijn. 

Kjell 

Juridische kennisgeving | Privacy